residency report
2026: Studio Berkveldt
Tijdens onze tweede werkperiode op Vlieland zijn we verder gegaan met ons onderzoek naar de Japanse oester. Het materiaal dat we tijdens de eerste periode verzamelden (foto- en videomateriaal, audio-opnamen en 3D-scans), hebben we vertaald naar een eerste ontwerp voor een ruimtelijke installatie. Daarin onderzoeken we hoe de oester niet alleen als invasieve exoot, maar ook als rifbouwer en onderdeel van een nieuw ecosysteem kan worden ervaren. De installatie brengt beeld, geluid en sculptuur samen en onderzoekt de interactie tussen mens, oester en omgeving.

Daarnaast zijn we verder gegaan met een zijspoor dat tijdens onze eerste werkperiode was ontstaan: het verhaal van de Alemantjies en de Tientooners. Tijdens gesprekken met oudere Vlielanders hadden we gehoord over deze mysterieuze wezens, die vroeger werden ingezet om kinderen op tijd naar binnen te krijgen. Zodra de zon onderging, moesten zij naar huis. Wie toch buiten bleef, kon in de donkere gloppen de Alemantjies en Tientooners tegenkomen.


Tijdens deze tweede werkperiode hebben we het contact met dichteres Nel Cupido-Kooijman voortgezet. Via haar zijn we in contact gekomen met eilandbewoner en verhalenverteller Trudy Vogel. Trudy heeft zich verdiept in de mogelijke oorsprong van de Tientooners en legde daarbij een verband met Koning Radboud en het West-Friese verhaal van Tientoon en Elfrib. Haar bevindingen en vertelling zijn een belangrijke bron geworden voor ons verdere artistieke onderzoek.
We hebben ons verder verdiept in de achtergrond van de Alemantjies en Tientooners en ontdekten hoe vergelijkbare figuren in volksverhalen door heel Noordwest-Europa voorkomen. Daarbij raakten we steeds meer geïnteresseerd in de functie van zulke verhalen. Volksverhalen zijn niet alleen bedoeld als vermaak. Ze kunnen mensen beschermen, gedrag sturen en betekenis geven aan gebeurtenissen die moeilijk te verklaren zijn. Verhalen over watergeesten waarschuwden kinderen bijvoorbeeld om uit de buurt van water te blijven, terwijl verhalen over verborgen wezens betekenis konden geven aan ziekte, ongeluk, vreemde geluiden of andere onverklaarbare gebeurtenissen.
Ook het verhaal van de Alemantjies en Tientooners had zo’n praktische functie. Kinderen moesten voor het donker binnen zijn. De dreiging van wezens die na zonsondergang door de gloppen kwamen, maakte die grens tastbaar en hielp kinderen te begrijpen dat buiten blijven in het donker niet zonder risico was.
Tegelijkertijd merkten we tijdens onze gesprekken op Vlieland hoe kwetsbaar dit soort mondeling doorgegeven verhalen zijn. Veel jongere eilanders bleken de Alemantjies en Tientooners nauwelijks of helemaal niet meer te kennen. Wanneer oudere generaties wegvallen en jongere generaties vertrekken, kunnen ook verhalen verdwijnen die lange tijd onderdeel zijn geweest van het lokale geheugen.

Juist dat willen we met dit vervolgonderzoek proberen tegen te gaan. Niet door het verhaal als iets vaststaands te conserveren, maar door het opnieuw te laten circuleren en er een hedendaagse vorm voor te vinden.
Omdat er geen eenduidig beeld bestaat van hoe de Alemantjies en Tientooners eruitzien, is er ruimte om ze zelf te verbeelden. Tijdens deze werkperiode hebben we geëxperimenteerd met schaduwspel, licht, bewegend water, natuurlijke materialen en mechanische beweging. Daaruit zijn langzaam figuren ontstaan die uit waterschalen omhoog komen en waarvan de lichamen grotendeels schuil gaan onder wier en materiaal uit de omgeving. Zo lijken ze niet alleen uit zee te verschijnen, maar zelf onderdeel te zijn van het landschap.




Tijdens een presentatie in Museum Tromp’s Huys hebben we het onderzoek gedeeld met bewoners en bezoekers en een eerste bewegende installatie met licht, water, schaduw en geluid gepresenteerd. Nel was daarbij aanwezig en droeg haar gedicht en verhaal over de Alemantjies en Tientooners voor. In de soundscape van de installatie waren daarnaast fragmenten uit Trudy’s vertelling te horen. Zo kwamen verschillende generaties, herinneringen en vertelvormen op één moment samen.

Een van de meest bijzondere uitkomsten van deze residentie ligt misschien wel buiten de installatie zelf. Toen we aan dit onderzoek begonnen, was er in de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut geen enkel volksverhaal van Vlieland opgenomen. Het verhaal van de Alemantjies en Tientooners hebben we daarom aangeleverd bij het Meertens Instituut en inmiddels is het opgenomen in de Volksverhalenbank. Daarmee is niet alleen een verhaal vastgelegd, maar blijft ook een deel van de Vlielandse vertelcultuur behouden en toegankelijk voor volgende generaties.


Uit deze tweede werkperiode zijn twee lijnen ontstaan die we verder ontwikkelen: één die vertrekt vanuit een relatief nieuwe bewoner van het wad, en één vanuit een verhaal dat al generaties op het eiland rondwaart. Beide onderzoeken gaan voor ons uiteindelijk over dezelfde vraag: hoe worden soorten, verhalen en herinneringen onderdeel van een plek en wat is ervoor nodig om ze levend te houden?

Over Studio Berkveldt
Tijdens de residency op Vlieland, stelt Studio Berkveldt de Japanse Oester centraal en bestudeert de herkomst, ecologische impact en mythologie rondom deze exoot.

